Gaan grotere gemeenten efficiënter om met onderwijsuitgaven?

Het klinkt misschien logisch. Echter is het maar de vraag of dit (altijd) het geval is. Daarom heb ik onderzoek gedaan naar het vraagstuk: Wat zijn de belangrijkste factoren voor fluctuatie in de onderwijs uitgaven van gemeenten? Hierbij heb ik rekening gehouden met verschillende factoren, zoals het aantal inwoners en totaaloppervlakte van de gemeente.

Door: Bram Oprel

Zoals verwacht zijn er uit het onderzoek een aantal belangrijke factoren naar voren gekomen die de fluctuatie in uitgaven aan onderwijs van gemeenten beïnvloeden. Deze zullen later met het resultaat worden samengevat. Eerst zullen er een aantal punten duidelijk gemaakt worden. De volgende punten zijn van belang:

Vormen van onderwijs

Vormen van onderwijs die vallen onder de onderwijskosten die in de jaarrekening van de gemeenten staan, zijn het lager- en middelbaar onderwijs.

Uitgaven aan onderwijs

De volgende uitgaven vallen onder de onderwijskosten van de gemeenten:

  • Uitgaven voor huisvesting van onderwijs.
  • Uitgaven voor vervoer naar onderwijs indien de gemeente dit zelf niet kan huisvesten.
  • Uitgaven ter voorkoming van schooluitval.
  • Uitgaven voor het bieden van onderwijskansen.
  • Uitgaven aan onderwijs en educatie zelf.

Uitgaven per gemeente

In Tabel 1 zijn de getoetste gemeenten opgenomen met in Tabel 2 de uitgaven aan onderwijs per gemeente. Gegevens zijn allemaal te vinden in de jaarrekening van de gemeenten over het jaar 2017

Verbanden

De onderwijs uitgaven van gemeenten worden getoetst aan verschillende factoren om zo het verband te achterhalen. Daarvoor heb ik de correlatiecoëfficiënt gebruikt. De norm op de correlatiecoëfficiënt bepaalt de mate van verband. De norm luidt als volgt:

  • 0.00 < R < 0.30: nauwelijks of geen correlatie;
  • 0.30 < R < 0.50: lage correlatie;
  • 0.50 < R < 0.70: middelmatige correlatie;
  • 0.70 < R < 0.90: hoge correlatie; en
  • 0.90 < R < 1.00: zeer hoge correlatie.

Als het verband sterk is geeft dat aan dat bij een stijging van de gegeven factor, de onderwijskosten evenredig stijgen.

De onderstaande factoren zijn allemaal getoetst op de bovenstaande gemeenten. Van de berekende correlatiecoëfficiënten zijn van alle getoetste gemeenten per factor gemiddelden genomen. Dit geeft de volgende verbanden op de onderwijskosten per gemeente:

 

Conclusie

Kortom de belangrijkste factor op de fluctuatie van de uitgaven aan onderwijs is het aantal inwoners. Dit is in lijn met de hypothese die gesteld is. Daarnaast zijn er zeer sterke verbanden tussen de kosten en (1) het aantal inwoners dat onderwijs geniet en (2) het aantal scholen. Het verband tussen de uitgaven aan onderwijs en het oppervlakte (in km2) is middelmatig. Als laatste is het verband tussen de uitgaven aan onderwijs en het aantal inwoners per km2 een middelmatig verband, maar is volgens de norm zo goed als een sterk verband. Deze factoren geven aan dat gemeenten over het algemeen efficiënter omgaan met onderwijsuitgaven naarmate de grootte van de gemeente toeneemt.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *