Het oppotten van geld door middelbare scholen

Onderwijs is op dit moment een belangrijk discussiepunt op de politieke agenda. Er is vooral discussie over de hoeveelheid geld die naar het onderwijs gaat. Veel onderwijsinstellingen geven aan dat zij  meer geld nodig hebben om kwalitatief goed onderwijs te geven. De ministers van onderwijs gaven hierop het tegenargument dat onderwijsinstellingen te veel geld oppotten. De vraag is natuurlijk wie er in deze situatie gelijk heeft?

Door: Robin knetsch

Met het oppotten van geld wordt bedoeld dat scholen geld voor onderwijs in hun reserves laten zitten. Dit geld is eigenlijk bedoeld om te investeren in onderwijs. Deze reserves zijn vaak overige reserves en bestemmingsreserves. Deze vallen onder het eigen vermogen van een onderwijsinstelling. Het oppotten van geld kan met name in de bestemmingsreserves.

 

In het onderzoek is gekeken of scholen daadwerkelijk te veel geld oppotten. Dit is aan de hand van een solvabiliteitsnorm getoetst. Solvabiliteit is de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen van de organisatie. De schoolinspectie gebruikt deze ratio ook om te toetsen of scholen een gezonde financiële situatie hebben. Verder is bij stijging van het eigen vermogen gekeken waar de stijging in zit.

In het onderzoek zijn 21 middelbare scholen in Zuid-Holland beoordeeld op basis van hun solvabiliteit over de jaren 2016 en 2017. Hieruit blijkt dat 19% van de scholen boven de solvabiliteitsnorm valt. Tevens blijkt dat maar bij 38% van de scholen het eigen vermogen is gestegen ten opzichte van 2016. Van deze 38% zijn er maar 3 scholen die een stijging laten zien van de bestemmingsreserve.

Uit de resultaten blijkt dus dat er geen steun is gevonden voor de bewering van de ministers. Er is een kleine groep die boven de norm komt maar dit geeft geen bevestiging dat middelbare scholen in Zuid-Holland geld oppotten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *