Verlaging van Rijkssubsidies maakt grote Nederlandse musea financieel zwakker

Ondanks dit slechte nieuws kwam er ook goed nieuws uit het onderzoek. De musea hebben te maken met een explosieve groei in de bezoekersaantallen en hebben daarmee de schade weten te beperken en een deel van de dalende subsidies kunnen opvangen met de groei uit inkomsten van entreetickets. Verwacht wordt dat deze groei in de toekomst zal doorzetten en dus zullen musea er alles aan doen om die extra bezoekers te trekken.

Door: Niels Bakker

 

Naar aanleiding van de uitspraak van het kabinet: “grote musea kunnen best met wat minder subsidie”, is er onderzoek uitgevoerd of deze uitspraak gegrond is. In dit onderzoek zijn Het Rijksmuseum, Het Van Gogh Museum en het Scheepsvaart Museum onderzocht op hun financiële stand na de rijkssubsidieverlaging. De financiële stand valt onder te verdelen in het resultaat, het eigen vermogen en het verdienvermogen.

Wat bleek was dat sinds 2016 het rijksmuseum te maken heeft met een subsidieverlaging van 10%, het Scheepsvaartmuseum 25% en het Van Goghmuseum zelfs 50%. Natuurlijk valt zo’n flinke vermindering in de inkomsten niet zomaar te vervangen, aangezien de kosten veelal gelijk zijn gebleven. Het logische gevolg is dus dat grote Nederlandse musea hebben moeten inboeten op het resultaat en het eigen vermogen en dus financieel zwakker zijn geworden dan voor de Rijkssubsidieverlaging.

Om een goede vergelijking te maken is ook een kleiner museum in het onderzoek meegenomen. Museum de Fundatie in Zwolle is een stuk kleiner dan de andere onderzochte musea. Het blijkt duidelijk dat Het Rijk vooral besparingsmogelijkheden ziet bij de grote musea, aangezien de subsidie bij Museum de Fundatie min of meer gelijk zijn gebleven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *