Stichtingen en verenigingen hebben minder interne controle door familiecultuur

Uit onderzoek is gebleken dat onvoldoende interne controle maatregelen worden genomen om de meest voorkomende fraudes te voorkomen bij stichtingen en verengingen.

Door: Hamza Apaydin

In een nieuwsartikel werd beweerd dat non-proforganisaties zoals stichtingen en verenigingen minder deden aan interne controle en moeite hadden met het beheersen van risico’s. Op basis van dit artikel is onderzocht wat de reden is dat er minder aan interne controle wordt gedaan door verenigingen en stichtingen.

Allereerst is een selectie gemaakt van de meest voorkomende fraudegevallen in de afgelopen periode bij stichtingen en verenigingen. Deze selectie is gecreëerd aan de hand van nieuwsartikelen waarin specifiek aangegeven wordt wat voor fraudegeval het betreft. Uit deze selectie van 30 meldingen is gebleken dat de meest voorkomende fraudegevallen grepen in de kas (50%) en onjuiste declaraties (37%) zijn.

Aan de hand van deze fraude gevallen zijn interne controle maatregelen voorgeschreven om het risico op deze fraudegevallen te verminderen. Vervolgens in nagegaan in welke mate de geënquêteerde stichtingen en verenigingen deze interne controle maatregelen toepassen. Uit deze enquête die is afgenomen bij acht organisaties bleek dat inderdaad een groot deel van deze groep geen gebruik maakte van interne controle om de meest voorkomende fraudes te voorkomen.

Na dat vastgesteld was dat er te weinig aan interne controle werd gedaan door stichtingen en verenigingen is de reden hierachter onderzocht. Dit is gedaan door bij een aantal van de 35 interne controle maatregelen waarbij werd aangegeven dat deze niet werden toegepast te onderzoeken wat de reden hiervoor was.

Uit dit onderzoek bleek dat in 63% van de gevallen de belangrijkste reden was dat er (te veel) vertrouwen heerst door de familiecultuur. Op de tweede plaats staat met 26% dat de stichtingen en verenigingen niet genoeg mensen hebben (die er verstand van hebben) om deze maatregelen toe te passen. Op de derde plaats staat met 9% de reden dat er niet genoeg financiële middelen aanwezig zijn (om bijvoorbeeld geautomatiseerde kassasystemen te aan te schaffen). Er kan geconcludeerd worden dat een cultuuromslag nodig is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *