Topfunctionarissen in de ouderenzorg nog steeds aan de champagne en kaviaar?

Sinds 2013 is de Wet Normering Topinkomens in werking getreden. De Wet Normering Topinkomens is ingevoerd om de bezoldiging van bestuurders in de (semi)publieke sector tot een maximum te beperken. De vraag is of er een daling plaatsvindt van de bezoldiging en hoe de man/vrouw verdeling van topfunctionarissen in de ouderenzorg is.

Door: Maud Verbruggen


Om dit na te gaan is er gekeken naar de top-50 meestverdienende topfunctionarissen in de ouderenzorg. Sinds 2010 publiceert FNV Zorg & Welzijn elk jaar een lijst van de top-50 meestverdienende topfunctionarissen in de ouderenzorg. Dit doen zij om aan te tonen dat ondanks de vele bezuinigingen in de (ouderen)zorg de topfunctionarissen nog steeds (te) veel verdienen.

Gemiddelde bezoldiging
De invoering van de Wet Normering Topinkomens (WNT) heeft als doel om de bezoldiging van functionarissen in de (semi)publieke sector te dwingen tot een maximum van 178.000 euro. In boekjaar 2015 bedroeg de gemiddelde totale bezoldiging van de top-50 meestverdienende topfunctionarissen in de ouderenzorg 237.765,88 euro, waarbij de nummer één 567.938 euro op zijn bankrekening bijgeschreven kreeg. In boekjaar 2016 was de gemiddelde totale bezoldiging van deze top-50 lijst 236.482,28 euro. Hier kreeg de nummer één een totale vergoeding van 406.732 euro. Het lijkt erop dat er door de top minder verdiend wordt, maar niets is minder waar, aangezien er geen significante verandering heeft opgetreden. Tot 31 januari 2016 mochten zittende topfunctionarissen nog gebruikmaken van hun contractafspraken, waardoor de topfunctionarissen met een hogere bezoldiging dan 178.000 euro niet per definitie in overtreding zijn. Hopelijk kan deze lijst niet meer gemaakt worden, door het gegeven dat niemand meer verdient dan 178.000 euro.
Genderdiversiteit
Al enkele jaren bestaat er een maatschappelijke druk om meer vrouwen in de bestuurslaag te krijgen. Voor commerciële ondernemingen is het streven om een minimum van dertig procent aan vrouwelijke bestuurders te hebben. Aangezien instellingen in de ouderenzorg onder de publieke sector vallen, zijn deze eisen hier niet van toepassing. Wel is het belangrijk te onderzoeken of de hoeveelheid vrouwelijke bestuurders langzaamaan toeneemt, omdat zorginstellingen met gemeenschapsgeld bekostigd worden en deze vraag vanuit de maatschappij komt. In boekjaar 2015 verdienden acht vrouwen (16%) genoeg om in de top-50 lijst te staan. In boekjaar 2016 was het aantal vrouwen in de lijst gestegen naar tien vrouwen (20,4%). In boekjaar 2010 waren er slechts vijf vrouwen (10%) vertegenwoordigd in de top-50 lijst. Als boekjaar 2015 als uitgangspunt wordt genomen, blijkt dat de resultaten uit boekjaren 2010 en 2016 geen significante verandering aantonen.
De hoeveelheid vrouwen in de top-50 lijst betekent niet dat er überhaupt ‘te weinig’ vrouwen in de bestuurslaag van de ouderenzorg vertegenwoordigd zijn. Het is mogelijk dat vrouwen vergeleken met hun collega’s een stuk minder verdienen, waardoor zij nauwelijks in deze lijst van top-50 meestverdienende topfunctionarissen in de ouderenzorg voorkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *